La Bibliothèque Solvay werd ingehuldigd op 16 november 1902, toen het Sociologisch instituut van de Vrije Universtiteit Brussel er zijn intrek nam.
De socioloog Emile Waxweiler werd gevraagd het gebouw te ontwerpen, zonder de toenmalige methodes van lesgeven uit het oog te verliezen. Hij bouwde de bibliotheek centraal en omringde ze met verschillende studieruimtes. Deze kamers moesten de studenten het academisch korps aanzetten tot zelfstudie.
Constant Bosmans en Henri Vandeveld, twee bekende Brusselse architecten, tekenden de plannen en superviseerden de bouw, gefinancierd door Ernest Solvay.
In 1967 verhuisde het Instituut voor Sociologie, evenals vele andere wetenschappelijke instellingen dichtbij de Solbosch Universiteitscampus. Tot 1981 herbergde dit gebouw de universiteits-uitgeverij.
Hierna werd het gebouw verlaten en overgelaten aan de grillen van de natuur en vandalisme. In 1993 kwam hierin echter verandering.
In 1988 herleefde de interesse in dit Brussels juweeltje van architectuur en kwam er nieuwe hoop : La Bibliothèque Solvay werd erkend als historisch monument en kreeg de bijhorende bescherming. Het Brussels Hoofdstedelijk gewest gaf de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij (GOMB), de opdracht met de restauratie te starten.
In 1989 gaf de eigenaar, het Brussels Gewest, de bibliotheek voor 99 jaar in erfpacht aan de GOMB.
De minitueuse restauratie ging van start in maart 1993. De bedoeling was het gebouw zijn oude glorie terug te bezorgen. Op 27 mei 1994 werd de restauratie beëindigd en kon het voor de tweede maal officieel geopend worden.
Leopoldpark, Brussel
De Solvay Bibliotheek bevindt zich in het Brusselse Leopoldpark.
Dit openbaar park, beschermd in 1976, getuigt nog steeds van het rijk architecturaal verleden van Brussel op het einde van de 19e en begin 20ste eeuw.
Het Leopoldpark was oorspronkelijk eigendom van ridder Dubois de Blanco, erfgenaam van de adelijke familie Eggevoort.
In 1851, kocht het Koninklijk Instituut voor dierkunde het landgoed en vormde het om tot een dierentuin. Slecht management en een epidemie zorgden ervoor dat de zoo in 1876 failliet ging. Door dit faillisement wist de Stad Brussel het landgoed aan te kopen. Eén jaar later verkreeg de Belgische Staat het klooster van de Redemptoristen naast het park en bouwde dit om tot het Museum voor Natuurwetenschappen.
In 1880, op de 50ste verjaardag van de Belgische onafhankelijkheid, werd het park hernoemd naar de twee eerste Belgische koningen. De Stad Brussel besliste toen ook dat het park openbaar werd en mocht gebruikt worden voor feesten.
Tussen 1887 en 1908 herbergde het park de serres van de hoofdstedelijke groendienst en de verzameling van de Brusselse botanist-ontdekker Jean-Jules Linden.
In het begin van de 20ste eeuw kreeg de locatie pas echt zijn erkenning dankzij de oprichting van een wetenschapspark. Deze innovatie werd mogelijk gemaakt met sponsoring van drie industriëlen (Ernest Solvay, Alfred Solvay en Raoul Warocqué) en drie bankiers (Georges Brugmann, Fernand Jamar en Léon Lambert). Tevens werden verschillende andere wetenschappelijke instituten opgericht : Het Fysiologisch Instituut (1892-1893), het Hygiënisch, Therapeutisch en Bacteriologisch Instituut (1893-1894), het Anatomisch Instituut (1893-1898), het Sociologisch Instituut en de Handelsschool (1903-1904). De Provincie Brabant voegde daar later nog het Pasteurinstituut aan toe.
In 1921 verhuisde de ULB naar Solbosch, waar alle wetenschappelijke instellingen werden gegroepeerd. Sommige gebouwen in het park werden vernietigd, anderen kregen een nieuwe functie.
Ondanks al deze veranderingen, behoudt het Leopoldpark nog steeds zijn vroeg-twingtig-eeuwse karakter. La Bibliothèque Solvay is hiervan een prestigieuze getuige.
De Solvay Bibliotheek: 1 jaar restauratie in ruil voor 100 jaar geschiedenis
Gedurende de jaren heeft La Bibliothèque Solvay vele veranderingen ondergaan. Ook lieten 10 jaren van verkommering vele littekens na.
De GOMB vertrouwde de restauratie toe aan het architectenbureau Deleuze, Metzger en Associés.
Het gelijkvloers en de eerste verdieping, opgebouwd rond een prachtig basiliek-vormige leeszaal, werden zorgvuldig gerestaureerd in de geest van de tijd (net zoals de gallerij en het trappenhuis).
Teneinde historische correctheid na te leven, werd voorafgaand een grondige studie uitgevoerd. De restaurateurs baseerden zich op foto's, originele plannen, etsen en materiaalmonsters. De kelder werd herschapen in een moderne stijl die het architecturale karakter van de rest van het gebouw niet schaadt. |